Het onderwijzen van de kinderen van de gemeente is en blijft de eerste verantwoordelijkheid van de ouders. Toen zij hun kinderen ten doop hielden hebben zij beloofd voor zich te nemen, en dat is iets anders dan het voorgenomen hebben, “dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn, waarvan gij vader en moeder zijt, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, te doen en te helpen onderwijzen”. Die verantwoordelijkheid mag niet worden afgeschoven op kerk of school. De kerk heeft als taak de ouders hierbij te helpen en te ondersteunen.

De noodzaak van de catechese is Bijbels gefundeerd. Mozes kreeg de opdracht om de woorden van God aan het volk bekend te maken. Voor alle woorden die de HEERE schonk gold dat zij ze in het hart moesten dragen (Deut 6: 6). Dat hoort bij het liefhebben van de HEERE uw God “met uw ganse hart en met uw ganse ziel en met al uw vermogen (Deut 6: 5)”. Maar die woorden moesten ook de kinderen worden ingescherpt. Het volk moest met de kinderen spreken over de woorden die de HEERE, als hun God, hen had gegeven. Of ze nu thuis waren, of onderweg, of als ze nederlagen of opstonden, steeds moesten zij met hun kinderen spreken over wie de HEERE, hun God, was (Deut 6: 7). Asaf waarschuwt ervoor in Psalm 78, dat “de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft” om die niet te verbergen voor hun kinderen en voor het navolgende geslacht (Ps. 78: 4). De Oud Testamentische kerk onderwees haar kinderen uit het boek des verbonds en zo is dat ook nu nog nodig voor de kerk van het Nieuwe Testament.

Gedurende de wintermaanden wordt wekelijks catechisatie gegeven aan de jongeren van de gemeente. De catechisatie is er op gericht om jongeren voor te bereiden op het doen van openbare belijdenis en gaat vooraf aan de belijdeniscatechisatie. Alle jonge mensen van 12 jaar en ouder worden verwacht.

De catechisatie wordt gegeven door ouderling Van Ee, dhr. M. van de Bijl, dhr. J.C. Smits
De tijden staan vermeld in de kalender op deze website en in de brochure die jaarlijks verstrekt wordt voorafgaande aan het nieuwe winterseizoen.